Adolf Hitler, Benito Mussolini en Francisco Franco hielden allemaal niet van voetbal. Dat is goed nieuws voor iedereen die dit leest en er wél van houdt, want jij hebt dus 0% kans om een wrede fascistische dictator te worden. Omgekeerd betekent dit, volgens de wetten van de statistiek, dat alle lezers die niks met voetbal hebben zich een beetje zorgen moeten gaan maken.

Ondanks hun beperkte interesse in voetbal hadden de fascistische leiders van Duitsland, Italië en Spanje al snel door dat het een nuttig machtsinstrument kon zijn. Ook veel latere dictators, zoals Mobutu Sese Seko van Zaïre en Saddam Hoessein van Irak, zagen sport als een machtig wapen om hun volk te manipuleren. Daarbij ging de meeste aandacht uit naar voetbal en naar sporten die aandacht en glorie konden opleveren op de Olympische Spelen. Maar alle autoritaire leiders weten dat één ding nóg beter is dan goed presteren op een groot sportevenement: zelf zo’n groot sportevenement organiseren. De Olympische Spelen van Berlijn in 1936 zijn hiervan het meest beruchte voorbeeld; Hitler en Goebbels haalden daar een gouden medaille op het onderdeel propaganda. Twee jaar eerder had Italië op kleinere schaal hetzelfde gepresteerd. Ook daar mocht de fascistische regering een internationaal sportevenement organiseren: de tweede editie van het WK voetbal. Het werd een groot succes.

 

De weg naar Rome

Al sinds 1922 was het fascistische regime onder leiding van Benito Mussolini in Italië aan de macht. Daarbij had het geleidelijk alle macht naar zich toe getrokken, net zo lang tot alle oppositie verboden was en de vrije pers aan banden was gelegd. Dit regime wilde dolgraag een WK organiseren, en kreeg die mogelijkheid in 1934. Dat het WK werd toegewezen aan een overduidelijke dictatuur was natuurlijk omstreden, maar de FIFA is nu eenmaal erg goed in het uitkiezen van dubieuze gastlanden. Deze traditie houden ze in ieder geval tot en met 2022 in ere.

De FIFA hoopte vooral dat Italië in staat zou zijn om een goed georganiseerd toernooi neer te zetten. Het moet gezegd worden: het WK verliep inderdaad erg soepel, zeker vergeleken met de chaos van vier jaar eerder in Uruguay. In sommige ranglijsten wordt Italia 1934 zelfs genoemd als één van de beste WK-gastlanden aller tijden. Het fascistische regime organiseerde het toernooi dan ook tot in de details. Op de bombastische openingsdag begonnen de 16 deelnemende teams allemaal tegelijkertijd aan hun eerste wedstrijd, in acht verschillende steden. Er waren stadions en andere bouwwerken neergezet in de fascistische stijl, zodat die steden perfect in het plaatje zouden passen. Zo kon Italië aan de wereld laten zien dat ze het goed voor elkaar hadden: het zonnetje schijnt, de treinen rijden op tijd, het fascisme heeft de toekomst.

Maar voor Mussolini was het WK veel meer dan een reclamecampagne om indruk te maken op toeristen en wereldleiders. Hij zag het toernooi als een uitgelezen mogelijkheid om zijn machtspositie in eigen land te verstevigen. De oude Romeinen hadden tweeduizend jaar eerder al geleerd dat de gunst van het volk kan worden gewonnen met brood en spelen. In 1934 na Christus werd deze wijsheid opnieuw in Rome in de praktijk gebracht. Na een succesvol voetbaltoernooi in eigen land, zo was de gedachte, zouden de Italianen eensgezind achter hun leider staan.

Om dat te bereiken haalde het regime allerlei propaganda uit de kast. Mussolini, altijd al iemand met veel gevoel voor dramatiek, liet uitgebreid vastleggen hoe hij gewoon zijn eigen toegangskaartjes ging kopen voor de eerste wedstrijd. Daarmee liet hij zien dat hij een man van het volk was (al nam hij vervolgens wel plaats op de VIP-tribune). Verder werden er speciale WK-postzegels uitgebracht, en posters met daarop een man met een voetbal die de Romeinse groet brengt. De Italiaanse spelers brachten dit fascistische armgebaar voor aanvang van iedere wedstrijd.

Om het succesverhaal compleet te maken was er nog één ding nodig: winnen. Het nationalisme van de Italianen zou pas echt een boost krijgen als ze het toernooi zouden afsluiten als wereldkampioen.De voortekenen waren in ieder geval gunstig. Italië had een prima team, met als sterspeler een sierlijke aanvaller met een sierlijke Italiaanse naam: Giuseppe Meazza. Bovendien wilden de grootste concurrenten, Uruguay en Engeland, niet meedoen. Het thuisland was dus één van de favorieten voor de titel.

 

The Italian Job

Het regime wilde echter niets aan het toeval overlaten. De voetbalbond haalde een slimmigheid uit door Zuid-Amerikaanse spelers van Italiaanse afkomst voor Italië te laten spelen. Sommige van die spelers hadden in 1930 nog de WK-finale gespeeld voor Argentinië, maar mochten vier jaar later dus het Italiaanse shirt aantrekken. Dat ging niet helemaal volgens de regels, maar de FIFA wilde de organisatoren niet tegenwerken en liet het maar gewoon gebeuren.

Het kapen van buitenlandse spelers was nuttig, maar het kapen van de scheidsrechters was nog veel nuttiger. Er bestaan wilde verhalen over de invloed van Mussolini op de arbitrage. Zo wordt er beweerd dat hij persoonlijk de scheidsrechters voor de wedstrijden van Italië uitzocht, en dat hij de avond voor de finale gedineerd zou hebben met de scheidsrechter van dienst. De Oostenrijkse aanvaller Josef Bican claimde na de halve finale zelfs dat de scheids tijdens de wedstrijd een gevaarlijke Oostenrijkse voorzet naar een Italiaan had gekopt.

Veel van deze verhalen zijn zwaar overdreven, maar het is wel zo dat Italiaanse bestuurders achter de schermen aan veel touwtjes trokken. Het lijkt er sterk op dat ze een aantal scheids- en grensrechters hadden omgekocht en onder druk hadden gezet. De ervaren scheidsrechter John Langenus (die de finale van 1930 had gefloten) verzette zich tegen dit soort beïnvloeding en mocht daarom geen enkele belangrijke wedstrijd fluiten. Zijn minder onafhankelijke collega’s werden tijdens het toernooi ingezet om de wedstrijden van Italië te leiden. Het brute en bij vlagen oneerlijke spel van de Italianen werd daarom nooit bestraft, en in de kwartfinale tegen Spanje werden meerdere goals onterecht goed- of afgekeurd. Een aantal Spanjaarden stuurden woedende protestbrieven naar Rome, waarin ze Mussolini uitmaakten voor ‘bandido’. De onervaren Zweed Ivan Eklind leidde twee wedstrijden van Italië (de halve finale tegen Oostenrijk en de finale tegen Tsjechoslowakije), en ook hij floot in het voordeel van het thuisland. Eklind bracht voor aanvang van de finale de Romeinse groet, en had eerder die dag al een ontmoeting gehad met Mussolini.

In die finale bood het verrassende Tsjechoslowakije nog heel goed weerstand. Het kwam zelfs op een 1-0 voorsprong, die pas in de 81e minuut werd rechtgezet door de Argentijnse Italiaan Raimundo Orsi. Daarmee was het verzet van de Oost-Europeanen wel gebroken, en in de verlenging kwam Italië op 2-1. Mussolini keek goedkeurend toe vanaf de tribune.

Misschien waren de Italianen ook wel gewoon de besten – vier jaar later werden ze immers opnieuw wereldkampioen. En misschien hadden ze zonder alle manipulaties ook wel gewonnen. Niet dat het Mussolini iets uitmaakte. Het WK bezorgde zijn regime internationaal prestige en een stevigere machtspositie in eigen land. Hij had precies gekregen wat hij wilde.

 

Bronnen

Football and Fascism (2009). BBC. Documentaire

Alan Tomlinson & Christopher Young (2006). National Identity and Global Sports Events

Marco Impiglia (2014). 1934 FIFA World Cup: Did Mussolini Rig the Game? In: The FIFA World Cup 1930 – 2010: Politics, Commerce, Spectacle and Identities

https://thesefootballtimes.co/2015/07/20/the-relationship-between-mussolini-and-calcio/

 

Coverfoto: Flickr

Foto’s: http://soccernostalgia.blogspot.nl/

Nooit meer een verhaal missen?

Vul dan hier je e-mailadres in om bij elk nieuw artikel een berichtje te krijgen. Ik hou zelf ook niet van spam, dus je mailadres zal nergens anders voor worden gebruikt!



Leave a Reply