Het Britse wereldrijk verspreidde in de 19e eeuw een aantal hele nuttige dingen over de wereld, zoals de stoomtrein en thee drinken, en ook een aantal minder nuttige dingen, zoals cricket en links rijden. Maar de belangrijkste bijdrage van de Britten was natuurlijk het vastleggen en verspreiden van association football. In 1863 werd de voetbalbond FA opgericht, en vanaf toen werden de regels van het spel gestandaardiseerd en steeds verder uitgewerkt. De populariteit van het voetbal groeide daarna razendsnel en wereldwijd.

Britten halen graag de geschiedenis erbij als ze het hebben over internationaal voetbal of over hun favoriete club. De titel van dit hoofdstuk heb ik bijvoorbeeld niet zelf bedacht, die wordt letterlijk gezongen door Engelse voetbalfans om de belangrijkste overwinningen van hun land te vieren (vooral als ze tegen Duitsland spelen). Soms hebben gebeurtenissen in het voetbal zelfs rechtstreeks impact op de politiek, zoals bij de landelijke parlementsverkiezingen van 1970. De zittende premier Harold Wilson had in de peilingen een comfortabele voorsprong, totdat Engeland op het WK in Mexico werd uitgeschakeld in de kwartfinales. De positieve stemming sloeg helemaal om, en vier dagen later verloor Wilson de verkiezingen. Nog steeds wordt zijn nederlaag voor een belangrijk deel toegeschreven aan die verloren WK-wedstrijd. Het Britse publiek kan voetbal en politiek vaak dus niet helemaal los van elkaar zien. Om daar verder op in te zoomen gaan we terug naar 1966, toen Engeland het wereldkampioenschap mocht organiseren van de sport die het zelf had uitgevonden.

 

Football’s coming home

Het machtige British Empire had veel Britten een licht superioriteitsgevoel gegeven. Dat gevoel namen ze ook mee naar het voetbalveld, waar ze zich als uitvinders van het spel verheven voelden boven alle andere landen. Ze namen de WK’s van 1930, 1934 en 1938 totaal niet serieus, en vonden het niet eens nodig om eraan mee te doen. In de loop van de tijd bleek echter dat Engelse en Schotse teams helemaal niet meer vooruitliepen op de rest van de wereld. Op hun eerste WK (1950, Brazilië) speelden de superieur geachte Engelsen tegen de Verenigde Staten, dat onder andere een koetsier, een bordenwasser en een postbode had opgesteld. Deze Amerikaanse amateurs wonnen geheel onverwachts met 1-0. Toen deze uitslag per telegraaf werd rondgestuurd dachten een aantal Britse kranten dat het een typefout was: Engeland zal wel met 10-1 gewonnen hebben.

In 1966 waren de Engelsen er echter van overtuigd dat ze in eigen land de wereldtitel zouden pakken. Dit keer kregen ze gelijk, al hadden ze er wel wat geluk voor nodig – en een gunstig gestemde grensrechter. Natuurlijk hadden de Engelsen ook een ijzersterk team, met legendes als Gordon Banks, Bobby Moore en Bobby Charlton. Bovendien had trainer Alf Ramsey ervoor gezorgd dat zijn spelers fitter waren dan alle andere, bijvoorbeeld door een intensief trainingskamp te organiseren en door zijn team droog te leggen. Vergelijk dat met de Fransen, die grote hoeveelheden wijn meenamen naar hun trainingskamp.

Zoals gezegd hadden The Three Lions (de bijnaam van het nationale team) ook een hoop mazzel, en dat hadden ze vooral te danken aan het thuisvoordeel. Engeland mocht al zijn wedstrijden op Wembley spelen, terwijl de andere teams met de bus het hele land door ploeterden. Argentinië mocht niet eens op Wembley trainen voor de kwartfinale tegen Engeland, omdat er dan te weinig tijd zou zijn voor het windhondenrennen in het stadion. En dan zijn er nog de scheids- en grensrechters, die vaak in het voordeel van het thuisland floten. Uiteraard gaat het dan bijna automatisch over dat ene controversiële moment in de finale tussen Engeland en Duitsland. De Engelse spits Geoff Hurst schiet op de lat, bij een 2-2 stand in de verlenging, en de bal stuitert terug richting de Duitse doellijn. Tot op de dag van vandaag weet eigenlijk niemand of de bal volledig de lijn heeft gepasseerd, maar voor grensrechter Tofiq Bahramov was het duidelijk. Doelpunt voor het thuisland, 3-2 voorsprong, en even later mag koningin Elizabeth de wereldbeker uitreiken aan aanvoerder Bobby Moore.

Over Tofiq Bahramov bestaat nog een bijzonder verhaal, dat in verschillende media terug te vinden is. Op zijn sterfbed zou iemand hem hebben gevraagd waarom hij in 1966 nou die beslissende goal toekende aan Engeland. Daarop mompelde hij met zijn allerlaatste ademtocht het woord “Stalingrad”. Bahramov, uit de Sovjet-Unie, overlever van de Tweede Wereldoorlog, zou volgens dit verhaal dus wraak hebben willen nemen voor de Duitse vernietigingen in zijn thuisland, en vooral in die bittere Slag om Stalingrad. Een fascinerende anekdote, al is er helaas bijna geen bewijs voor.

Maar het is wel zo dat de Tweede Wereldoorlog een belangrijke rol speelt in de beleving van Engelse voetbalfans. Dat de finale van 1966 nou juist van Duitsland werd gewonnen, past perfect in dit plaatje. Doelpuntenmaker Geoff Hurst was zich daar ook van bewust, blijkt uit deze quote uit de documentaire Bobby: “Put the World Cup final in context. It was only twenty years after the war. For a lot of people it was slightly more than a game of football.” En journalist Jeff Powell, in dezelfde documentaire: “[Bobby Moore] and I were born during the war. Bombs were dropped on us. The children of that era did grow up with that as very much part of their DNA. [Football] was a relief from the horrors of war and deprivations of the post-war years. People went to football to get away from that.”

 

Three Lions met een kater

De WK-titel van 1966 zorgde in Engeland voor een hoop feestvreugde, maar leidde ook tot nóg hogere verwachtingen voor alle daaropvolgende wereldkampioenschappen. Die eindigden meestal echter in een behoorlijke kater, waarbij opvalt dat de geschiedenis zich vaak herhaalt:

1. Engeland wordt uitgeschakeld door een land waar het ooit een oorlog van won (tot nu toe al drie keer door Duitsland en twee keer door Argentinië)

2. Iedereen vindt dat Engeland groot onrecht is aangedaan. Soms is dat terecht, bijvoorbeeld toen Maradona de bal met zijn hand (of met de hand van God) over de Engelse keeper werkte. Nog een goed voorbeeld is dit schot van Frank Lampard in 2010. Deze bal gaat véél verder over de lijn dan die van Geoff Hurst in 1966, maar wordt niet goedgekeurd. De geschiedenis kan heel ironisch zijn, want ook deze wedstrijd was tegen Duitsland

3. Er wordt naar een zondebok gezocht. Dat kan de scheidsrechter of de FIFA zijn (zie hierboven) maar even vaak is het de eigen bondscoach of een speler die een grote blunder maakt, zoals deze keeper met een paardenstaart

4. Er wordt vooruitgekeken naar het volgende EK of WK, waarbij alvast wordt voorspeld dat Engeland een grote kans maakt om dat toernooi te winnen

 

En zo blijven veel Engelsen hun land zien als een wereldmacht, op het voetbalveld en daarbuiten. Dat gaat soms gepaard met vijandigheid tegenover alles wat uit het buitenland komt. Volgens de Britse schrijver David Winner heeft deze mentaliteit zelfs bijgedragen aan de Brexit: “ik hoop dat de rol die ons voetbal hierin speelt niet over het hoofd wordt gezien. Al decennia lang ademt de sport de oorlogszuchtigheid uit die aan de basis staat en de drijfveer is van Brexit.” Voetbal als spiegel van de politiek en de samenleving – dat hadden zelfs de uitvinders van het spelletje niet kunnen bedenken.

 

Bronnen

http://www.nytimes.com/2009/12/10/sports/soccer/10soccer.html?pagewanted=all

https://www.volkskrant.nl/sport/engelsen-weten-het-zeker-spookgoal-hurst-terecht-goedgekeurd~a4219129/

https://www.ft.com/content/f5228f5e-11ab-11e6-91da-096d89bd2173

https://www.ft.com/content/71d78840-f256-11da-b78e-0000779e2340

David Winner (2017). Voetbal en de Brexit, Hard Gras nummer 116

Bobby (2016). Documentaire

 

Coverfoto: Flickr

Nooit meer een verhaal missen?

Vul dan hier je e-mailadres in om bij elk nieuw artikel een berichtje te krijgen. Ik hou zelf ook niet van spam, dus je mailadres zal nergens anders voor worden gebruikt!



Leave a Reply