In 2017 heb ik een paar maanden in Buenos Aires gewoond om Spaans te leren. Het werd een doorslaand succes: tegenwoordig kan ik op een Spaans terras bijna foutloos sinaasappelsap en een croissantje bestellen. Maar ik leerde ook een hoop over de geschiedenis van Argentinië. Bijvoorbeeld over de tijd dat er in Buenos Aires elke drie uur een bom ontplofte, waarna het leger de macht greep en meteen honderden vakbondsleiders liet executeren. En over het wereldkampioenschap dat Argentinië juist in die bloederige tijden organiseerde.

Alles wat je moet weten over de Argentijnse geschiedenis

Tijd voor een korte geschiedenisles. Na haar hoogtijdagen rond het begin van de 20e eeuw heeft Argentinië weinig politieke stabiliteit gekend. Af en toe stond er een sterke leider op, dan weer vond er een staatsgreep plaats, en anders was er wel chaos. Eén zo’n sterke leider was Juan Perón, een controversiële maar onder het volk geliefde president. Hij regeerde in de jaren ’40, ’50 en ’70 in totaal ongeveer tien jaar, wat voor Argentijnse begrippen een astronomisch lange tijd is. Het logo van het WK werd zelfs op hem geïnspireerd.

Maar Perón overleed een paar jaar voor het WK, en na zijn dood werd het in Argentinië al snel één grote pestbende. Peronisten, anarchisten en andere linkse groeperingen misten hun verbindende factor en stonden elkaar naar het leven. Hun machtsstrijd escaleerde tot er vrijwel dagelijks moordaanslagen en kidnappings plaatsvonden. Op het dieptepunt ging er in Buenos Aires elke drie uur een bom af. Om het nog erger te maken was de economie ook nog eens in elkaar geklapt.

Na de zoveelste bomaanslag was het leger er helemaal klaar mee. Op 24 maart 1976 greep generaal Videla de macht. Zijn militaire regime (de junta) beschouwde zichzelf in oorlog met terroristen, en daar valt wel wat voor te zeggen. De geschiedenisboeken kennen deze oorlog als la guerra sucia, de vuile oorlog. De junta legde het parlement, de pers en de rechters aan banden en sloot duizenden tegenstanders op. Sommigen werden boven de Atlantische Oceaan uit een vliegtuig gegooid.

Naarmate het WK naderde, kwam Argentinië steeds meer onder een vergrootglas te liggen. Was het eigenlijk wel veilig om daar zo’n groot toernooi te organiseren? En was het wel verantwoord om een sportevenement te houden in een militaire dictatuur? Zou het niet één groot propagandacircus worden, zoals de Olympische Spelen van Hitler en het WK van Mussolini?

Gevangenen omver schieten

De junta garandeerde de veiligheid van alle bezoekers en WK-deelnemers. Sinds de machtsgreep van het leger was het normale leven weer een beetje op gang gekomen; de oorlog woedde nu vooral ondergronds. De FIFA en de nationale bonden waren hierdoor gerustgesteld en alle selecties konden gewoon naar Argentinië afreizen. Een tank en een paar rijen soldaten bewaakten het verblijf van het Nederlands elftal. Als spelers tijdens de training een bal over de omheining knalden, werd die netjes vanuit de bosjes teruggeschoten door Argentijnse militairen.

Ik heb geen enkele politieke vluchteling gezien

Berti VogtsAanvoerder West-Duitsland

Dat het met de mensenrechten nog steeds bedroevend gesteld was, leidde in veel landen tot ophef. In Europa kwamen protestbewegingen op gang die opriepen tot een boycot. Ook de voetballers, die vaak niet het flauwste benul hadden van de politieke omstandigheden in het gastland, moesten in de verdediging. Het leverde een aantal komische citaten op, zoals die van de Duitse aanvoerder Berti Vogts die constateerde dat hij “geen enkele politieke vluchteling had gezien.” De Nederlandse spits Dick Nanninga kondigde aan dat hij Argentijnse kogels gewoon zou terugkoppen en zijn teamgenoot Wim Suurbier zei voor aanvang van een training: “We gaan gevangenen omver schieten.”

De Argentijnse spelers kregen destijds geen kritische vragen van journalisten, maar dat is tegenwoordig wel anders. Wie nu interviews leest met de wereldkampioenen van toen, krijgt bijna medelijden met ze. Keer op keer moeten ze zich verantwoorden voor hun bijdrage aan het toernooi van een dictator. En keer op keer antwoorden ze dat ze gewoon wilden winnen en niets met politiek te maken hadden. Maar tijdens dit WK waren sport en politiek moeilijk te onderscheiden.

Argentinië tegen Peru, tegen Nederland en tegen fair play

De junta had er natuurlijk belang bij dat Argentinië in eigen land wereldkampioen zou worden en deed zijn best om daar aan bij te dragen. Dat werd vooral zichtbaar tijdens de tweede ronde, toen Argentinië met minstens vier goals verschil van Peru moest winnen om de finale te bereiken. Het werd 6-0.

Meteen na afloop rezen grote twijfels over die uitslag. Videla had voor aanvang de kleedkamer van de Peruanen bezocht om ze ontzettend veel succes te wensen. Sommige spelers beweren dat Henry Kissinger, de voormalige Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, erbij was. De junta zou ook een aantal spelers hebben omgekocht, onder wie de in Argentinië geboren keeper van Peru en een centrale verdediger (die sindsdien een bijnaam heeft: El Vendido, de verkochte). Verder werd er gefluisterd dat de junta Peru in ruil voor de overwinning ettelijke tonnen graan zou schenken.

Het is bijna onmogelijk om het waarheidsgehalte van die beschuldigingen te checken. Peru is waarschijnlijk op verschillende manieren onder druk gezet, en vooral de jonge spelers zouden daar vatbaar voor zijn geweest. Maar het zou net zo goed kunnen dat het team er na twee tegendoelpunten gewoon geen zin meer in had en de wedstrijd liet lopen. Waarschijnlijk komt de waarheid nooit meer boven water. Hoe dan ook: Argentinië bereikte de eindstrijd tegen Nederland.

Ook die finale werd voorafgegaan door Argentijnse intimidaties. Een razende menigte belaagde de Nederlandse spelersbus in de straten van Buenos Aires. Eenmaal op het veld moest Oranje vijf minuten in een vijandige stemming wachten op de tegenstanders. Toen die verschenen, protesteerde de Argentijnse aanvoerder Passarella tegen het gipsmanchet dat René van de Kerkhof om zijn hand droeg. Neeskens en Krol lieten niet met zich sollen en verlieten met de rest van het team het veld. Na een noodoplossing mocht Van de Kerkhof zijn manchet omhouden en kon de wedstrijd beginnen.

De finale voltrok zich in een waas van herrie, papiersnippers en bloed. Nederland was niet van plan om zich te laten intimideren en gooide de beuk erin. Argentinië betaalde met gelijke munt terug. Toen het stof was opgetrokken lag Nederland uitgeteld op het gras.    3-1 voor het thuisland, na verlenging. Die verlenging was bijna niet nodig geweest: net voor het einde van de reguliere speeltijd had Rensenbrink nog op de paal geschoten.

Nachtmerries

Zo’n veertig jaar later hebben veel mensen nog steeds grote moeite met het WK van 1978. Niet alleen Nederlanders die badend in het zweet wakker worden van “Rensenbrink… tegen de paal!” maar ook Argentijnen van alle generaties hebben grote moeite om dit deel van hun geschiedenis te verwerken. Mijn taaldocente in Buenos Aires begon er uit zichzelf over, om te bespreken waarom zoveel mensen in Argentinië een ongemakkelijk gevoel hebben bij dit deel van hun verleden.

Maar wie het WK pas echt zo snel mogelijk willen vergeten, zijn zij die tijdens het toernooi opgesloten zaten in een martellocatie dichtbij het stadion waar de finale werd gespeeld. Daar zat onder andere Graciela Daleo gevangen, een jonge vrouw die door het regime als een vijand werd beschouwd. Meteen na de finale werd ze door haar bewakers meegenomen naar de stad, waar een uitzinnige menigte de overwinning vierde. “Zie je Graciela”, zeiden haar martelaars, “dit is jouw volk. Zoveel geven die mensen om jullie. Jullie zijn niets, onbelangrijk.” Ze brak in tranen uit, omringd door duizenden feestvierende landgenoten, maar eenzamer dan ooit. Het WK als de ultieme marteling.

 

Bronnen

Iwan van Duren & Marcel Rözer (2015). Voetbal in een Vuile Oorlog.
N.b.: hierin vind je ook de citaten uit de laatste alinea (p. 20-21)

Jonathan Wilson (2016). Angels with dirty faces.

Andere Tijden Sport

Leave a Reply